in mijn zoektocht op internet vond ik dit....
NN-Dimethyl-Triptamine (DMT)
Volgens berichten uit de ”underground”, het meer verborgen uitgangsleven in Amsterdam, neemt het gebruik van DMT (NN-Dimethyl-Triptamine) toe. DMT is onder meer te vinden in planten als de Acacia, de Mimosa en vooral de Ayahuasca, een plant die wordt gebruikt door sjamanen en Noord en Zuid-Amerikaanse Indianen om geestelijke (buitenzintuiglijke) ervaringen op te wekken. Deze Indianen gebruiken deze drug ook voor inwijdingen, waardoor Ayahuasca ook wel een heilige plant wordt genoemd. Voor de feestende jeugd hier in het westen is DMT vooral een manier om snel een spirituele ervaring te krijgen.
De werking van deze drug is intens en laat in de regel een diepe indruk achter die zich niet laat vergelijken met andere drugs. Een trip die objectief maar een paar minuten duurt, kan na het ontwaken herinneringen oproepen alsof iemand weken lang weg is geweest. Het is dus niet echt een party-drug, daarvoor is de ervaring voor veel gebruikers te intensief. Sommigen hebben een jaar nodig om één trip te verwerken.
een objectieve geestelijke werkelijkheid
Het bijzondere van DMT is dat het geen willekeurige hallucinaties opwekt, zoals we dat kennen van LSD, maar dat de visioenen van verschillende gebruikers vaak een gemeenschappelijke inhoud hebben. Tijdens de trip lijkt het alsof de gebruiker een wereld of dimensie betreedt die, onafhankelijk van onze fysieke wereld werkelijk objectief bestaat. De overtuiging dat deze hogere dimensie werkelijk bestaat wordt versterkt doordat de gebruiker in veel gevallen wordt begroet door geestelijke entiteiten. Deze wezens laten zich het best beschrijven als een soort mechanische elfen. Één gebruiker omschreef die als kabouterachtige wezens die leken op een combinatie van kristallen en machines. Als DMT-gebruikers naderhand met elkaar ervaringen uitwisselen, herkennen ze hun eigen ervaringen in de omschrijvingen van de ander. Bij hernieuwd gebruik wordt dezelfde wereld opnieuw betreden. Als de trip voldoende intensief is, kan het zelfs voorkomen dat deze wezens de gebruiker begroeten of herkennen van een vorige trip. Ook een gevoel dat veel gebruikers delen: een uitverkorene te zijn deze vreemde wereld te mogen betreden.
het ontstaan van DMT
Eeuwen voordat DMT in het westen in het laboratorium als ‘genotmiddel’ werd ontwikkeld, gebruikten de Indianen Ayahuasca in een strikt spirituele context. Aan deze Ayahuasca-sessies was een inwijding verbonden. De leerling werd er toe gebracht om dieper in de levende natuur door te dringen en de geestelijke wezens in planten en dieren te onderzoeken of zelfs de wereld van hun Goden te bezoeken. Het is dus mogelijk dat DMT werkelijk toegang zou kunnen geven tot een geestelijke wereld die objectief bestaat.
Dit is wat mij als antroposoof het meest raakte. De geheimzinnige wereld waartoe DMT toegang toe geeft, maakt zoveel indruk op de gebruiker dat deze het materialistische wereldbeeld dat hij tot dat moment bezat, in één klap overboord gooit. In mijn studententijd heb ik pas na jarenlange studie, twijfel en eindeloze discussies met medestudenten een nieuw mensbeeld opgebouwd. DMT doet hetzelfde, maar niet door jarenlange inspanning: enkel door een stofje te laten verdampen en te inhaleren, valt in misschien vijftien minuten een compleet wereldbeeld om. Ik zou bijna zeggen: dit verleidelijke stofje heeft meer power dan de hele ‘Gesamtausgabe’ van Rudolf Steiner. Natuurlijk heeft DMT ook een bijwerking, omdat mensen op deze manier zonder inzicht en zonder enige persoonlijke inspanning, een soort drempel kunnen overschrijden naar een niet-fysieke wereld. Het lijkt erop dat je met DMT de zogeheten ‘kleine wachter op de drempel’ omzeilt. Dat roept vele vragen op waarvan ik in deze context alleen wil ingaan op: hoe echt zijn de wezentjes in deze vreemde wereld?
mogelijke verklaringen
Voor de gangbare wetenschap is het bestaan van een niet-fysieke realiteit geen optie. Een filosoof als Daniel Dennett zal de ”objectieve” werking van DMT kunnen afdoen door te wijzen op mystieke gevoelens of Godservaringen die altijd in een specifiek gebied in de hersenen plaatsvinden. Deze locatie wordt wel de ”religie-kwab” genoemd. Maar de plaats van de hersenen zegt echter niets over de vraag of iets wel of niet objectief is, want ook de waarneming van een eik die voor mij staat, roept bij iedereen op dezelfde plaats in de visuele cortex een chemische reactie op. Wie zal nu beweren dat de eik slechts een subjectief product van mijn hersenen is?
Een psycholoog zal de gemeenschappelijke inhoud eerder willen verklaren vanuit de leer van de archetypes zoals deze zijn ontwikkeld door de bekende psycholoog Carl Gustav Jung. Deze grondlegger van de analytische psychologie ontwikkelde een theorie over gemeenschappelijke oerbeelden die in ons ”collectief onderbewuste” zijn opgeslagen. Maar ook van het ”collectief onderbewuste” kan de psychologie niet zeggen of het reëel en objectief is.
als antroposoof
Vanuit de antroposofie denk ik dat het zeer goed mogelijk is dat DMT mede toegang geeft tot wat we heel concreet de natuur- of elementenwezens (salamanders, sylfen, undines of gnomen enzovoorts) noemen. Deze voor onze gewone zintuigen niet waarneembare wezens leiden een objectief bestaan. Zij bestaan onafhankelijk van onze eigen fantasieën, maar hebben een vreemde eigenschap. Deze wezens kunnen door onze eigen fantasieën en hartstochten een uiterlijke verschijningsvorm krijgen die niet overeenstemt met de aard van hun eigenlijke wezen. Onze subjectieve overtuiging overschaduwt meestal hun werkelijke gedaante en dat maakt het extra moeilijk om vast te stellen waar we hier mee te maken hebben. Of iemand een verstokte atheïst, een katholiek of een meer materialistisch wereldbeeld aanhangt, bepaalt sterk hoe een natuurwezen zich aan hem voordoet.
een mechanistisch wereldbeeld
In Europa overheerst een mechanistisch wereldbeeld en dat zou kunnen verklaren dat de elementenwezens die de DMT-gebruiker ontmoet, zich meestal als mechanische elfen of als levende machines voordoen. Hoe komen we er nu achter of deze wezens objectief bestaan of alleen een collectieve fantasie of een indruk op een hersenkwab?
De werkelijke gedaante van deze wezens kunnen we alleen zien als we onze eigen gedachten en gevoelens volkomen kennen en leren beheersen. Daarmee bedoel ik dat we een niet-fysiek elementenwezen niet passief kunnen waarnemen, zoals we een paard of een hert in de natuur aantreffen, als actief beweeglijke gedachten of ”ziele-wezens”. Hun aard is te vergelijken met onze eigen gedachten die we voortdurend vermengen met willekeurig associaties of ongerichte gevoelens die uit ons onderbewustzijn opborrelen. Als we onze gevoelens niet kennen en beheersen of een strikt logische gedachtegang niet kunnen uitvoeren, kunnen we ook niet helder en objectief denken. Althans niet zoals een wetenschapper dit nastreeft.
een gesprek beginnen
Het zou interessant zijn te onderzoeken hoe een feestganger die geen mechanisch wereldbeeld heeft, of iemand die zijn denken heeft getraind in onbevooroordeeld waarnemen, deze elf-achtige wezens zou zien. En natuurlijk nog veel beter zou het zijn om met deze wezens in alle rust een gesprek aan te knopen. Een mooie vraag zou zijn: bestaat u eigenlijk wel objectief of heb ik u verzonnen?